Op 16 mei 1960 zag ik voor het eerst het daglicht te Gent. Van 1978 tot 1981 volgde ik een opleiding aan het HIPB te Gent als logopediste. Deze job zou ik echter niet lang uitoefenen. Na een aantal interims, allemaal ver van huisaanvaardde ik na de geboorte van mijn dochter een halftime job in de buurt. Sinds 2003 werk ik halftijds als bemiddelaar op de Vlaamse tolkendienst voor Doven en slechthorenden.

Van 1981 tot 1983, volgde ik, gedurende 1 volle dag in de week, een cursus kunstweven. Daar werd ik voor het eerst met kunst geconfronteerd. Het weven zelf bleek al snel niet echt voor mij weggelegd. Ik geraakte er niets in kwijt.

Op mijn eerste reis naar Zuid-Frankrijk werd ik bekoord door de daar alomtegenwoordige terracottapotten. Terug thuis maakte ik mij lid van de lokale kunstkring ’Heusdine’ met de intentie te leren pottendraaien. De draaischijf vloog echter al gauw aan de kant omdat het draaien mij iets te vlug ging. Ik leerde potten met de hand opbouwen. Aanvankelijk met rollen, later met repen. Ik maakte vrij grote potten en glazuurde die in metaalkleuren. Toen een aantal jaren terug de kunstkring voor onbepaalde tijd dicht ging, besloot ik mij een oven aan te schaffen. Ondertussen begon mijn werkhoekje van ongeveer 8m² in de garage ietsje te krap te worden. Er werden plannen gemaakt om in de tuin een volwaardig atelier in te richten. Naar Heusdine ging ik al een tijdje niet meer. Ik had geen eigen wagen en moest steeds op iemand anders terugvallen om mijn werken naar de kunstkring te brengen en terug naar huis. Thuis werk ik nu aan mijn eigen tempo verder. Ondertussen ben ik afgestapt van het vervaardigen van potten; er kruipt zoveel energie en tijd in en wanneer het klaar is, heb je …een pot. Door een pot kan je niet gevangen worden. Potten hebben geen verhaal. Een pot kan je mooi vinden of niet, maar daarmee is de kous af. Voor ik aan een werk begin, denk ik vaak lang na over een gepaste titel, iets wat mensen kan aan het denken zetten. Een goede titel is voor mij de helft van het werk.

Momenteel werk ik nog uitsluitend met papierklei. Dit heeft het voordeel lichter en sterker te zijn dan gewone klei. Het verwerkt ook gemakkelijker omdat papierklei nagenoeg niet krimpt, waardoor een werk langer verwerkbaar blijft. De foto hiernaast toont duidelijk de lege ruimtes die de weggebrande papiervezels in de gebakken klei achterlaten.

Ik heb aan een aantal tentoonstellingen deelgenomen. Soms in groep, soms alleen. Soms dicht bij huis, soms verder af. Ik volgde een heel leuke cursus ’Primitief Stoken’ bij Margot Spiegel en een heel interessante cursus ’Menselijke figuur opbouwen’ bij Katelijne De Vries. In 1995 won ik, met mijn muziekdoos ’De Rondleiding’, de derde prijs in een door een keramiektijdschrift uitgegeven wedstrijd. In 2014 kreeg ik een eervolle vermelding van de Prijs Piet Staut voor klein sculptuur met ‘big momma is watching you…’

Mijn doel is ooit een levensgroot beeld te maken

paper clay